In de Transitieagenda Kunststoffen hebben we ons gezamenlijk ten doel gesteld dat in 2050 de winning van nieuwe grondstoffen op geheel duurzame wijze plaatsvindt. Gebruik van secundaire grondstoffen (lees: geen natuurlijke bronnen) en gebruik van biomassa is op dat moment gemeengoed. De producten zijn ontworpen voor optimale gebruikswaarde en hergebruik, zonder waardeverlies of schadelijke emissies. Kortom, de komende decennia werken we samen toe naar een circulaire economie.
Kunststoffen zijn niet weg te denken uit onze samenleving. De afgelopen vijftig jaar heeft het gebruik van kunststoffen een enorme vlucht genomen. Mede door de veelzijdige eigenschappen is de wereldwijde toepassing vertwintigvoudigd. Kunststoffen zijn sterk, stijf, flexibel, vormvast of juist vormvrij en dragen zo bij aan comfort, veiligheid, houdbaarheid, hygiëne en energie-efficiëntie. Kunststof toepassingen leveren ook ten opzichte van het gebruik van andere materialen een bijdrage aan het verminderen van de CO2-emissies. Behalve een groot aantal voordelen, brengt de grootschalige toepassing van kunststof ook nadelen met zich mee. Het gebruik van (veelal) fossiele grondstoffen en energie oefent druk uit op het milieu. De verspreiding van plastic zwerfafval en microplastics op land (met name verpakkingen) en in zee, resulteert in een groeiende vervuiling van de ecosystemen. Dus ondanks alle voordelen van kunststof, zijn er wel degelijk een aantal belangrijke uitdagingen waar we rekening mee moeten houden.
Het doel is dat over ruim 30 jaar alle kunststof producten circulair zijn. Ze hebben een geringe voetafdruk en zijn gemaakt van gerecyclede of hernieuwbare kunststoffen van een gegarandeerde kwaliteit. Met de circulaire kunststofeconomie levert de sector een bijdrage aan de energie- en klimaatdoelstellingen alsook aan de voedselagenda. Door het sluiten van de kunststofketen zorgen producenten, retailers én consumenten ervoor dat macro- en microplastics niet langer lekken naar het milieu.

Wat betekent dit?
Gezamenlijk moeten we de komende jaren een grootschalige omslag maken. Het vraagt om gelijktijdige verandering op veel niveaus, binnen talrijke deelmarkten en bij een diversiteit aan toepassingen. Door de veelheid van producten en deelmarkten, met elk hun eigen karakteristieken, is de opgave complex. Om deze transitie te realiseren zijn vier hoofdpunten van belang om de circulaire economie in gang te zetten:
1. Preventie. Het voorkomen van onnodig kunststofgebruik in combinatie met het toewerken naar een zo hoog mogelijke gebruikswaarde en kwaliteit van kunststoffen. Oftewel, “meer met minder” en “Voorkomen is beter dan genezen”
2. Meer vraag en aanbod van hernieuwbare kunststoffen. Het inzetten op de verschuiving van gebruik van fossiele grondstoffen naar de toepassing van recyclede en hernieuwbare kunststoffen. Daarvoor moet zowel de productiecapaciteit als de vraag naar deze gerecyclede en hernieuwbare kunststoffen fors toenemen en in balans raken om de doelstelling van 100% circulair in 2050 te realiseren.
3. Betere kwaliteit, meer milieurendement. Om het gebruik van hernieuwbare kunststoffen te versnellen, is een kwaliteitsverbetering en normering van gerecyclede en hernieuwbare kunststoffen vereist. De introductie van nieuwe kwaliteitssystemen in de keten waarborgt in elke fase een hogere kwaliteit met een meer vraaggestuurde keten als resultaat.
4. Strategische (keten)samenwerking. Ketenregie en een gezamenlijke strategie van stakeholders uit bedrijfsleven, wetenschap, ngo’s en overheden is cruciaal voor succes. Er is sprake van onderlinge afhankelijkheid van bedrijven in productketens van landen, door de verwevenheid van de (wereld)economie, waardoor ieder voor zich slechts beperkte invloed kan uitoefenen. Samen zijn we sterk!
Door forse investeringen in meer mechanische en chemische recycling en door investeringen in de productie van biobased kunststoffen, neemt de productie en het op de markt brengen van nieuwe (virgin) fossiele plastics af.


